Sturkenboom Ravenswaaij

Bed and Breakfast

 

 

 

 

Cor en Cock Sturkenboom

Donkerstraat 13b

4119 LX RAVENSWAAIJ

The Netherlands

Tel. +31 (0)345 558 365

Fax +31 (0)345 558 994

Mobiel +31 (0)6 253 73 475

 

info@bed-and-breakfast-ravenswaaij.nl

 

Perenboomgaard

 

Ons fruitteelt bedrijf is al generaties lang in bedrijf, De familie is altijd bereid u meer te vertellen over het kweken van fruit gewassen. In de loop der jaren wordt steeds gezocht naar de meest optimale manier van kweken, waarmee de opbrengst en kwaliteit van het fruit zo goed mogelijk is. In ons vak is kennis- en ervaring delen een onderdeel van alle innovaties

 

Hoog-, half- en laagstammen ontstaan door onderstammen, te kweken waarop later perenrassen worden geënt of

geoculeerd. Bij beide technieken vergroeien de twee delen met elkaar, zodat er één perenboom ontstaat. Hoe hoog de boom wordt, is afhankelijk van de groeikracht van de onderstam. Als je bijvoorbeeld een Conference ent

op de kweekpeer, krijg je een laagstam van de Conference. Kies je voor een ander type onderstam, dan ontstaat er een half- of hoogstam van de Conference. Een laagstam heeft

een stamlengte van 0,75 meter, een halfstam van ongeveer 1,50 meter en een hoogstam van 1,80 tot 2,10 meter.

 

Appelboomgaard

 

De appel werd al 10.000 v.Chr. in Europa in het wild verzameld en al in het Nabije Oosten geteeld in 4000 v.Chr. Waarschijnlijk is de appel langs de oude zijderoute verspreid, omdat ook het genencentrum van de appel in de omgeving van deze route ligt. In Centraal-Azië komen meer dan 25 wilde appelsoorten voor, waarmee de gekweekte appel zich in de loop der eeuwen heeft gekruist. Geselecteerde rassen werden later in stand gehouden door de door Chinezen ontdekte techniek van enting. Ten tijde van de Oude Grieken en Romeinen tussen de achtste eeuw v.Chr. en de vijfde eeuw na Chr. was er een florerende teelt van appels. De Romeinen hebben deze rassen verder verspreid over West-Europa. Later is dit gevolgd door verschillende herintroducties vanuit het genencentrum. In de negentiende eeuw hadden vele steden in Europa en Nederland hun eigen rassen. Deze rassen waren zoet of halfzuur, verschillend gekleurd en met verschillende vormen en grootte. Enkele voorbeelden hiervan zijn Lunterse Pippeling, Brabantse Bellefleur, Groninger Kroon, Eijsdener Klumpke, Gronsvelder Klumpke enz. Vanuit Europa is de appel door kolonisten verder over de hele wereld verspreid.

 

Kersenboomgaard

 

Vroeger werd de kers in vrij grote hoeveelheden ook in noordelijker streken geteeld, onder andere ook in Nederland in de Betuwe. Deze noordelijke teelt is na de Tweede Wereldoorlog sterk afgenomen. De zeer groot wordende bomen en de daarmee samenhangende arbeidsintensiviteit (oogstwerkzaamheden en bescherming tegen vogels) was daarvan de belangrijkste oorzaak. Sinds de jaren '90 is de teelt echter weer in opkomst als gevolg van de komst van nieuwe grootvruchtige rassen en vooral omdat de omvang van de bomen door het gebruik van nieuwe zwakker groeiende onderstammen beter in toom kan worden gehouden. Daardoor komen de bomen eerder in productie, wordt het oogsten minder arbeidsintensief en is het eenvoudiger om vogelwerende netten aan te brengen